Browsing Category

Persoonlijk

Persoonlijk

Kinderdroom

Even een verhaaltje over vroeger.

Als kind zijnde was ik al introvert, een echte dromer. Ik hield van lezen en begon in groep 4 met het schrijven van verhaaltjes. Ik dagdroomde het liefst over een ‘andere wereld’.

In mijn perfecte wereld werkte de mens innig samen met de natuur. Er waren geen grote, drukke steden, maar juist veel kleine dorpjes. En er waren sowieso geen geasfalteerde wegen. Ik weet niet waarom, maar dat was een heel belangrijk element in mijn fantasieën: geen kaarsrecht asfalt, geen auto’s. Wél mooie kronkelweggetjes, met gras, bloemen, struiken en bomen aan de kant. Sowieso veel bomen. En reizen deed je te paard! Ik droomde ervan dat je te paard naar school kon. Dat er op de plek waar nu fietsenhokken stonden, enorme stallen waren waar je je paard kon achterlaten.

Ik kon me die wereld met al mijn zintuigen voorstellen. Ik voelde de ochtenddauw op mijn huid, hoorde het geluid van bijen en vogels, snoof de frisse lucht op. Als ik op mijn kamer zat en die wereld tevoorschijn toverde, kwam ik tot rust. Dit was een wereld die ik wilde.

Kinderdromen, zo heb ik die wereld de afgelopen jaren afgedaan. Het begon ergens in mijn puberteit denk ik, en tijdens mijn studententijd heb ik de laatste restjes fantasie de deur uit gedaan. Kinderdromen. Niet realistisch, niet serieus te nemen. Ik sprak mezelf regelmatig streng toe. Een wereld zonder asfalt en auto’s? Doe normaal zeg, dat werkt toch niet?
Na mijn studie ging ik aan de slag als consultant en deed ik er alles aan om ‘erbij te horen’. Ik veranderde mezelf zodat ik zou passen bij de massa. De juiste baan (plus lease-auto), de juiste kleding, elke dag make-up op, de juiste carrière-ambities. En beetje bij beetje raakte ik mezelf kwijt. Het deed oprecht pijn, mezelf in een mal proppen die niet voor mij bedoeld was.

Ik weet niet wat er in me is veranderd, maar ineens was ik er klaar mee. Ik voelde dat ik mezelf geweld aan deed. Ik bezocht mijn oude kinderdromen en merkte dat ik nog steeds diezelfde verlangens had. Verlangens naar een wereld die niet zo hard en zakelijk is, waar efficiëntie niet op een voetstuk staat. Een wereld die zachter is, liever, trager, warmer.

Ik weet nog niet hoe, maar ik wil mijn best doen om mijn dromen na te jagen. In ieder een geval een trager, simpeler leven na te streven. Zo ben ik voorzichtig begonnen met moestuinieren. Ik heb ook mooie plannen om van onze tuin een bijen- en vlinderoord te maken. En eigenlijk doet alleen al het afgooien van maatschappelijke verwachtingen me zoveel goeds. Ik hoef mezelf niet meer in een mal te proppen en die gedachte geeft me zoveel rust. Het hoeft niet meer, het is goed zo. Mijn energie begint langzaam weer te stromen.

Persoonlijk

Overgave

‘Ik kan dit niet’ is een zin die de afgelopen twee maanden vaak door mijn hoofd schoot. Het ‘dit’ was dan iets dat eigenlijk te eenvoudig voor woorden klinkt: Een baby troosten, nog maar eens aaien, nog eens wiegend door de kamer lopen.

Merlijn slaapt eigenlijk alleen in onze armen. Leg je hem neer, dan schieten zijn ogen meteen weer open en kan het hele in-slaap-wiegen overnieuw beginnen. Het heeft bij ons gezorgd voor behoorlijk wat slaaptekort.

Het is grappig eigenlijk, hoe het ouderschap je leven op z’n kop zet. Van tevoren denk je vooral aan de ‘grote’ dingen van het ouderschap: je wil je kind meenemen op avonturen. Zo droomden we van kampeervakanties met z’n drieën, of samen klimmen. En je wil je kind normen en waarden meegeven, en een stevige culturele basis. Je denkt aan de boeken die je samen gaat lezen, de wandelingen die je samen gaat maken, musea bezoeken. Maar eigenlijk zit het ouderschap volgens mij met name in de kleine dingen. Nu zijn dat vooral luiers verschonen, flesjes geven en héél veel troosten en in slaap wiegen. Ons leven bestaat momenteel uit niets anders dan dat.

Toegeven: De eerste weken heb ik me daar behoorlijk tegen verzet. Ik vond het verschrikkelijk dat ik vaak geeneens tijd had om me aan te kleden of mijn tanden te poetsen. Merlijn lag 24/7 in mijn armen, wegleggen was geen optie. De meest basale dingen werden zo een luxe. En de echte luxe dingen, tjah, die miste ik eigenlijk ook. Terwijl ik Merlijn heen en weer wiegde, droomde ik van de keren dat ik tijd zat had om me op te maken. Terwijl ik nog eens een rondje door de woonkamer liep met hem, droomde ik van de leuke jurkjes die ik aan kon zonder bang te zijn om ondergeplast te worden. Terwijl ik nog eens in het holst van de nacht met een huilende baby rondliep, droomde ik van de dansfeestjes, het schone huishouden, een bijgehouden tuin, gelakte nagels en tijd voor de kapper. Het deed me geen goed, dit verzetten tegen deze huidige fase, het maakte me alleen maar verdrietig.

Er zijn mensen die heel erg goed zijn met kleine kinderen. Die een heel repertoire aan slaapliedjes paraat hebben, het fantastisch vinden om voor de duizendste keer de fles te geven en die precies de juiste gezichten weten te trekken om een mooie babylach tevoorschijn te toveren. Ik ben niet zo’n persoon, heb altijd meer met volwassenen gehad dan met kinderen. En nu worden deze skills wel van me gevraagd, ieder uur van de dag. Het is… uitdagend en ging beter zodra ik me niet meer verzette. Ik accepteerde de situatie zoals hij nu is: met een rommelig huishouden, een praktische outfit en de geplande dansfeestjes even in de ijskast gezet. Hoe lastig soms ook, ik ben dankbaar voor deze fase. Ik groei ervan als persoon, ik ontdek een level van overgave dat ik nog niet eerder kende.

En dus stort ik me nu vol toewijding op de slaapliedjes, het in slaap wiegen, het urenlange deinen in de schommelstoel. Ik bedenk manieren om contact te leggen met ons zoontje, om die mooie babylach tevoorschijn te toveren, om luiers te verschonen zonder hem te laten huilen. Ik bewandel onwennig nieuwe wegen, maar ook deze wegen zullen uiteindelijk bekend terrein worden. Langzaam groei ik in mijn rol als moeder en accepteer ik ons nieuwe leven. En ooit, over een hele tijd, zal ik ook vast wel weer in een leuk jurkje naar een dansfeestje gaan. Maar nu nog even niet.

Persoonlijk

Merlijn

Momenten als deze koester ik. Dat Merlijn in de kinderwagen ligt te slapen, en ik een paar minuten voor mezelf heb.

Merlijn, lieve Merlijn. Bijna vier weken geleden kwam hij ter wereld en zette hij ons leven op z’n kop. Het moment dat Dave hem bij de bevalling opving en op mijn borst legde vergeet ik nooit meer. Ik sloeg mijn armen op hem heen, gaf hem kusjes en probeerde hem te troosten. Het voelde meteen natuurlijk, alsof hij er altijd al geweest was. En tegelijkertijd, in de dagen en weken erna, voelde ik me verschrikkelijk incompetent. Met zo weinig babykennis de zorg op je nemen van een heel nieuw mens; het is het meest uitdagende dat ik ooit heb gedaan. Bij elk huiltje weer opnieuw uitvogelen: heeft hij honger? Is hij moe? Heeft hij krampjes? Hoe troost ik hem het beste?

En nu, na bijna vier weken, begint er héél voorzichtig wat routine te ontstaan. Dave en ik hebben de afgelopen maand veel geleerd, en we leren nog iedere dag bij. We zijn ontzettend verliefd en heel onzeker, volgens mij de standaard gemoedstoestand van veel nieuwe ouders.

Merlijn, welkom op de wereld. We zijn zó blij dat je er bent, we genieten elke dag van je. Van jouw knuffels, van de gekke gezichten die je trekt in je slaap, van de lieve geluidjes die je uitstoot. We houden van je geur, van je nieuwsgierige blik als je wakker bent, van de energie in jouw bewegingen. We hopen dat we jouw een liefdevol thuis kunnen geven, een stevige basis voor de toekomst. Want ooit word je groot, Merlijn, waarschijnlijk veel te snel al. We kijken uit naar alle avonturen die we samen gaan beleven, en we hopen dat jij er net zo van gaat genieten als wij. Liefs!

Persoonlijk

Zwanger

En toen… was ik weer zwanger! Ik ben het al een tijdje eigenlijk, morgen precies 33 weken. Maar tot nu toe heb ik geen zin gehad om het aan de grote klok te hangen. Familie en vrienden wisten het natuurlijk wel, maar ik wilde geen grootse aankondiging op social media. Het voelde goed om het klein, intiem, te houden. Pas twee weken geleden zette ik een foto op mijn Instagram waar mijn buik duidelijk zichtbaar op was. De zwangerschap verloopt goed en momenteel voel ik me prima. Maar de eerste maanden vond ik mentaal gezien heel erg zwaar.

Bang

Twee maanden na de miskraam werd ik opnieuw zwanger. Zo’n verrassing, ik had niet durven hopen dat het zo snel weer zou lukken. Dus ik was ontzettend blij met het nieuws, maar ook erg bang. Zo bang dat het weer mis zou gaan, dat we weer afscheid moesten gaan nemen. De dagen tot de eerste echo verliepen tergend langzaam. En toen eindelijk die 8-weken-echo. De echo waarbij er de vorige zwangerschap geen kloppend hartje te zien was. Met knikkende knieën stapte ik bij de verloskundige binnen. “Zullen we dit maar meteen doen?” vroeg ik, “dan ben ik er vanaf.” Ik wilde ook niet naar het scherm kijken, dus die draaide ze voor me weg. De echo begon en gelukkig hield ze me niet lang in spanning. “Ik zie een kind met een kloppend hart!” zei ze. Een last viel van mijn schouders, Dave kneep bemoedigend in mijn hand. We keken naar het scherm, en jawel hoor: een tuinboontje met in het midden een snel knipperend lampje. Zijn hartje. Ik was zó dankbaar.

De weken erna bleef de angst. Ik kon er met de verloskundige goed over praten, en ze gaf aan dat bij koppels waarbij de eerste zwangerschap in een miskraam eindigt, de onbevangenheid weg is. “Die koppels zijn heel erg bewust van alles wat er mis kan gaan”, zei ze. En dat klopte ook. Ook na de goede 8-weken-echo wist ik dat het geen gelopen race was. De eerste helft van mijn zwangerschap heb ik dus ook niet echt genoten, ik was vooral bang. Pas na de 20-weken-echo, die heel goed verliep, lukte het me om de spanning wat los te laten.

Hulp van binnenuit

Wat ik mooi vond, was dat ik daarbij letterlijk hulp kreeg van binnenuit. Ik was die dag precies 17 weken en we lagen ’s avonds in bed wat na te kletsen. En ineens voelde ik een gek plopje in mijn onderbuik. Alsof er een luchtbelletje uit elkaar spatte. “Dave, hou even op met praten!” zei ik zachtjes. Dave viel stil, ik focuste me op mijn buik. Het gebeurde nog een keer, *plop!*. En nog eens. Waren dit mijn darmen? Nee, dat voelde anders. Instinctief wist ik dat dit de baby was, zijn eerste schopjes die ik voelde. “Volgens mij voel ik de baby schoppen..” fluisterde ik zachtjes. Het was er zachtjes, maar het was er wel. Een warm gevoel maakte zich meester van mij. En het voelde zó fijn.. Na al die weken angst was het net alsof mijn kindje zelf aanklopte en zei: “No worries mam, ik ben er gewoon!” Hij liet zich horen.

Twee weken daarna kon Dave het ook voelen, wederom ’s avonds in bed. Ik legde zijn vingers op de plek waar ik het schoppen voelde, Dave drukte zachtjes en ineens werd zijn vinger omhoog geduwd. Het was helaas donker, ik had graag de verwondering op zijn gezicht gezien. Maar in zijn stem was zijn verwondering duidelijk te horen. “Huh! Ik voel ‘m! Hij schopte tegen m’n vinger!”

Sindsdien laat onze kleine veel van zich horen. Hij schopt dat het een lieve lust is, draait lustig in het rond, laat zijn aanwezigheid goed merken. En ik neem het allemaal dankbaar in me op, geniet van elke schop, ook al is dat een pijnlijke tegen mijn rib of blaas. Toe maar jongen, laat je maar horen, op deze wereld is er ook plek voor jou.

Hechten

Bovenstaande klinkt wellicht alsof ik me goed gehecht heb aan onze kleine, maar ook dat heeft een tijd geduurd. In het begin durfde ik dat helemaal niet en merkte ik dat ik het proces tegenhield. De angst dat het mis zou gaan was te groot. Daar heeft een cursus Hypnobirthing me goed bij geholpen. In de tweede les ging het ook over hechten en moesten we een oefening doen waarbij je in stilte vragen stelt aan je baby. Het was de eerste keer dat ik merkte dat mijn hart echt open durfde te gaan, en sindsdien lukt dat elke dag wat beter. Momenteel voel ik me dan ook helemaal 1 met mijn kindje, ik praat er graag tegen en betrek hem graag bij mijn dagelijkse bezigheden.

Al met al gaat het dus goed nu. Ik blijf last hebben van sommige angsten. Bij elk klein pijntje word ik toch weer onzeker. Is dit een blaasontsteking? Kan deze kramp duiden op meer? Blijven ook deze laatste weken goed gaan? Ik blijf me er bewust van dat het geen gelopen race is, maar dat is het leven sowieso niet. In elke levensfase kunnen er dingen misgaan, en voor mij is het zaak om daar vrede mee te krijgen. Dat is tijdens deze zwangerschap een continue oefening. Mooi hoe een zwangerschap dus niet alleen een lichamelijk proces is, maar ook mentaal en spiritueel. Deze reis had ik voor geen goud willen missen.

Ik moet nog drie weken tot mijn zwangerschapsverlof en die dagen tel ik nu wel af. Ik heb vooral zin om hier thuis lekker wat te rommelen, in mijn eigen nestje. Mijn huis én mijn hoofd klaar maken voor een nieuwe levensfase. Het is spannend en mooi tegelijk, ik heb er zin in!

Persoonlijk

Het onzichtbare zichtbaar

Een mooi, maar zo’n confronterende reportage in de Volkskrant van de week. Je wilt er niet aan denken, een project van fotograaf Latoya van der Meeren die de miskramen van vrouwen heeft gefotografeerd. Ik durfde eerst niet te kijken, want alles omtrent zwangerschap en miskramen jaagt me nog altijd angst aan, maar ik ben blij dat ik het toch gedaan heb. Ik heb tranen met tuiten gehuild bij de verhalen die vrouwen vertellen.

Met name één zin uit het artikel bleef me bij, het maakte in één klap duidelijk waarom ik me vaak niet begrepen voel. “Maar omdat miskramen zich in het verborgene afspelen, weten mensen niet hoe ze ermee moeten omgaan.” Dit klopt als een bus en hier had ik nog niet zo bij stil gestaan. Miskramen zijn voor de buitenwereld niet zichtbaar. Familie en vrienden waren er niet bij toen we te horen kregen dat ons kindje niet meer leefde. Waren er niet bij toen ik drie weken heb gewacht op de miskraam. Waren er niet bij toen het wel gebeurde. Voor hen zal het een abstracte gebeurtenis zijn, terwijl het voor ons een concreet verdriet is.

Ik ben dankbaar dat Latoya miskramen zo in beeld heeft gebracht, omdat het miskramen uit het verborgene haalt. Het maakt het onzichtbare zichtbaar, en hopelijk opent het daarmee ook het gesprek en het begrip.

Zelf merk ik dat er niet meer wordt gevraagd naar onze miskraam. Terwijl Dave en ik nog volop in het verwerkingsproces zitten. Ja, we hebben ons leven weer opgepakt. We zijn weer aan het werk (ik begin binnenkort zelfs met een nieuwe baan), we hebben weer dansles, we gaan naar feestjes, we kijken vooruit. Maar we rouwen ook. Wekelijks zijn er nog tranen, we missen onze kleine ontzettend, we worstelen nog altijd met ons verdriet. En wederom gebeurt dat in het verborgene; volgens mij denkt de buitenwereld oprecht dat we er al klaar mee zijn.

Sinds mijn miskraam kijk ik anders naar de wereld. Ik zie mensen die er hadden moeten zijn, maar er helaas niet mochten komen. Van vrouwen van wie ik weet dat ze één of meerdere miskramen hebben gehad, bekijk ik hun gezin ineens met andere ogen. Hier hadden dus nog broertjes en zusjes bij moeten zijn. Hoe anders had de wereld er dan uit gezien?

Eén laatste quote uit het artikel die me een hart onder de riem stak: “Bij een miskraam weten anderen vaak niet eens dat je zwanger was. Dat maakt het rouwproces eenzaam – het gewone leven dendert door en je wordt geacht daar al weer snel aan mee te doen. ‘Dat dat de meeste vrouwen nog lukt ook, vind ik van zo indrukwekkend veel kracht getuigen’, zegt Van der Meeren. ‘Daar wilde ik een ode aan brengen.”

Dank je, Latoya. Die boodschap had ik nodig. Ik vind mezelf regelmatig zwak dat ik een miskraam niet zo van me af kan schudden, dat er, drie maanden later, nog altijd gerouwd wordt. Maar deze verhalen van vrouwen laten zien dat dat normaal is, en dat dat verdriet er ook mag zijn. Je kunt de reportage hier bekijken, mits je abonnee bent.

Persoonlijk

Een miskraam is een proces

Ik geloofde het niet. Toen ze rustig naar het beeldscherm keek en zei: “Het ziet er goed uit hoor. Geen restweefsel meer.” Met knikkende knieën was ik die ochtend naar het ziekenhuis gegaan, ’s nachts had ik geen oog dicht gedaan. Dit zou -hopelijk- de laatste controle worden. Een laatste echo waarbij gekeken werd of de miskraam volledig was gelukt. En ik was zó bang dat dat niet het geval zou zijn. Dat er nog wat zou zitten, en dat er nog een heel medisch traject achteraan zou komen. “Ik wil het scherm niet zien,” zei ik dan ook tegen de gynaecoloog. Ik wilde de ‘ravage’ niet zien, want zo voelde ik het. En dus draaide ze het scherm weg en begon de echo.

Maar het was goed. Het was perfect, eigenlijk. De miskraam was dus wél helemaal gelukt, en mijn baarmoeder had zich helemaal hersteld. Vol ongeloof lag ik in de stoel. Ik had me voorbereid op het ergste, maar nu kreeg ik verlossende woorden te horen. Het was klaar. Het was klaar. Afgesloten. Na meer dan een maand ellende was er toch een einde gekomen aan dit hoofdstuk. Ongelooflijk.

Tijdlijn

Wat ik nooit heb geweten, is dat een miskraam een heel proces is. Dit was mijn eerste zwangerschap, en dus ook mijn eerste (en hopelijk laatste!) miskraam. Ik kende miskramen alleen maar van horen zeggen, en dan klonk het altijd als een eenmalige gebeurtenis. “X heeft een miskraam gehad.” Dan stelde ik me zo één dag voor waarin een zwangerschap ineens plotseling werd afgebroken. En dat was het dan. Maar niets is minder waar. Iedere miskraam is natuurlijk anders, maar mijn tijdlijn zag er als volgt uit:

  • 24 juni: Op de achtwekenecho krijgen we te horen dat het kindje niet meer leeft. Onze opties zijn afwachten tot de miskraam natuurlijk op gang komt, medicatie of curettage. Ik kies voor afwachten.
  • De twee weken daarna wacht ik af. Een gruwelijk emotioneel proces waarin ik mentaal al afscheid neem van mijn kindje, maar ik lichamelijk gezien nog steeds zwanger blijf.
  • 7 juli: Ik vraag aan de verloskundige om een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Het afwachten wordt te zwaar en ik wil graag medicatie.
  • 13 juli: De afspraak in het ziekenhuis. Nog een echo waarin wederom wordt vastgesteld dat het kindje niet meer leeft. Weer krijg ik de keuze: toch nog afwachten, medicatie of curettage? Ik kies nu voor medicatie, de pillen krijg ik direct mee naar huis. ’s Avonds neem ik de eerste in, een pil die mijn zwangerschapshormonen afremt. Dat medicijn heeft gelukkig weinig bijwerkingen. 36 uur later zal het tijd worden voor de medicatie die de miskraam opwekt.
  • 15 juli: Om 8 uur ’s ochtends neem ik de medicatie die de miskraam zal opwekken. En dik twaalf uur later gebeurt dat dan ook eindelijk. Wellicht schrijf ik hier ooit nog uitgebreider over, maar wat een helse dag.
  • 16 juli: Ik neem nog een ronde medicatie in. De tweede ronde wordt gedaan om er zeker van te zijn dat alles naar buiten komt. Gelukkig merk ik er op deze dag een stuk minder van dan de vorige.
  • De twee weken daarna zijn wachtweken. Ik heb nog een aantal dagen flink last van buikpijn, het bloeden gaat ook nog even door. In de tweede week voel ik me weer ‘gewoon’. Maar deze weken vind ik stressvol, ik weet dat het nog niet officieel voorbij is tot een arts daadwerkelijk heeft vastgesteld dat alles weer ok is.
  • 1 augustus: Wederom een echo in het ziekenhuis, om te kijken of de miskraam gelukt is. En halleluja, het is gelukt. Nu is het pas officieel afgesloten.

Afsluiten

Wát een rollercoaster zijn de afgelopen maanden geweest. Vanaf februari heb ik me eigenlijk fysiek gezien geen moment fit gevoeld. Het begon met corona, in maart kreeg ik een hormoonbehandeling bij de vruchtbaarheidskliniek die me heel ziek maakte, in april een andere hormoonbehandeling, in mei werd ik zwanger en werd m’n hormoonhuishouden nog eens op de schop gegooid, en toen kwam de miskraam. En alsof de duvel ermee speelt: Ook nu zit ik weer met corona thuis.

De verlossende woorden van de gynaecoloog afgelopen maandag had ik zó hard nodig. Iemand die tegen je zegt: “je lichaam functioneert prima! Het is weer hersteld.” Ze wist me zelfs te vertellen dat ik rond mijn eisprong zat, dus dat mijn cyclus weer helemaal was opgestart. Het gaf me weer wat vertrouwen in mijn lichaam.

En nu heb ik het gevoel dat ik het ook echt kan gaan afsluiten. Ik ben opgelucht, en tegelijkertijd komt nu het verdriet ook naar buiten. Ik mis onze kleine Spruit ontzettend. Ik mis alle blijde gevoelens die bij zo’n zwangerschap komen kijken. Het leven is nu weer normaal, maar wat mis ik de opwinding en verrassing van zwanger zijn! De komende tijd wil ik me gaan richten op mijn eigen mentale en fysieke gezondheid. Ik heb klappen genoeg te verduren gehad, nu is het tijd voor rust en herstel. Het miskraamproces is ten einde, nu is het tijd voor het volgende proces. Ik heb er vertrouwen in.

Persoonlijk

Wachten op een miskraam

Twee weken wacht ik nu op de miskraam. Twee weken waarin er dus niks is gebeurd, maar tegelijkertijd heel veel. Mijn lichaam is wel iets aan het doen, maar het is moeilijk te plaatsen. De ene dag heb ik veel krampen, en dan weer twee dagen niet. Soms heb ik beginnend bloedverlies, en dan houdt het weer op. Het is een frustrerende rit waarvan ik al gemerkt heb dat frustratie de boel alleen maar vertraagt.

En dus vroeg ik vanochtend aan de verloskundige om een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Ik wil graag medicijnen om de miskraam op te wekken. Het is een route die me nog steeds benauwt, maar het alternatief is erger. Wachten op een miskraam is vooral emotioneel zwaar, heb ik gemerkt.

Als je er bij een echo achter komt dat de baby niet meer leeft, kan het nog een tijd duren voordat de miskraam echt begint. Wat online onderzoek leert dat bij 50% van de vrouwen de miskraam binnen twee weken volgt, en de overige helft krijgt de miskraam binnen 6 weken. In het slechtste geval kan het dus zes weken duren. Gedurende enkele weken zit je dus steeds met het idee in je achterhoofd dat je op elk moment een miskraam kan krijgen. Je past er je plannen op aan. Momenteel werk ik alleen nog maar vanuit huis, en afspraken met familie in Limburg heb ik afgezegd. Ik durf niet verder dan een klein half uurtje van huis weg te zijn.

En eigenlijk is dat niet het ergste. Wat ik moeilijker vind, is dat je hyperbewust wordt van elk lichamelijk signaal. Elk krampje merk je op, en je probeert te volgen wat er in je lichaam gebeurt. Maar je kan het niet plaatsen. Waarom had ik gisteren bijvoorbeeld wel krampen en vandaag niet? En waarom had ik afgelopen weekend ineens bloedverlies, maar zette het de dag erna niet door? Waar komt die duizeligheid vandaan? Waarom was ik gisteren zo moe maar vandaag ineens energiek? Normaal gezien ken ik mijn lichaam, ik weet wat normaal is en wat niet, maar dit is een heel nieuw proces waarvan ik geen idee heb hoe het verloopt. Ik wil het zo graag begrijpen waar mijn lichaam mee bezig is, maar pasklare antwoorden zijn er niet.

Ergens twijfel ik nog steeds aan volgende week. Aan de medicatie. Ik wil er zo graag vanaf zijn, maar welke prijs moet ik daarvoor betalen? Ergens wil ik het gewoon natuurlijk laten gaan, vooral omdat de natuurlijke weg niet gevaarlijk is en er geen bijwerkingen aan kleven. Maar die natuurlijke manier vraagt geduld. Mijn lichaam heeft blijkbaar veel tijd nodig. Maar mijn hoofd is al vele stappen verder. En waar luister ik dan naar?

Persoonlijk

Ons Etna-kindje

We keken uit naar onze vakantie in Italië. Anderhalve week Sicilië en anderhalve week Puglia. Een tijd om uit te rusten, om even alles van de afgelopen twee jaar achter ons te laten. De eerste week van de vakantie werd ik goed ziek. Misselijk, moe, ik kon niet tegen warmte, … Zelf dacht ik in eerste instantie aan een (milde) zonnesteek, dus ik probeerde uit de zon te blijven en het rustig aan te doen. Maar de symptomen werden niet minder, en na een week opperde Dave om een zwangerschapstest te doen. In eerste instantie was ik daar een beetje huiverig voor, maar uiteindelijk ging ik toch overstag. We waren in Taormina, liepen een apotheek binnen en probeerden in ons beste Italiaans te vragen naar een zwangerschapstest. Die kregen we. Het was zo’n digitale die niet met streepjes werkt, maar in een woord aangeeft of je zwanger bent of niet.

Toen ik de volgende ochtend wakker werd, besloot ik om maar meteen daad bij woord te voegen en die test te doen. Ik liep naar de badkamer en bekeek de handleiding. Volledig Italiaans. Geen Engelse of Duitse vertaling erbij. Verwoed begon ik de hele handleiding over te typen in Google Translate. In bekertje plassen, uiteinde van test in urine totdat lampje begint te knipperen, als lampje uit gaat test uit urine halen en ergens neerleggen, na 5 minuten uitslag aflezen. Dat moest te doen zijn. Ik voerde de stappen uit en probeerde mezelf vervolgens 5 minuten lang af te leiden met nieuwssites. Daarna keek ik op de test. “Incinta” stond er. Wat betekent dat? Snel typte ik het woord in in Google Translate. “Zwanger”.

Ik was met stomheid geslagen. Dit kon toch niet? Misschien had ik het verkeerd overgetypt. Ik keek nog eens naar de uitslag en zocht het weer op via Google Translate. “Zwanger”, stond er weer. Verward pakte ik de handleiding erbij. Wat waren de andere uitslag-opties? Uit de tekst haalde ik dat de uitslag ‘Incinta’ of ‘Non-incinta’ kon zijn. Weer Google Translate. Zwanger of niet-zwanger. Nog een keertje die test bekijken. Incinta. Zwanger. Het stond er echt.

Ik snelde de slaapkamer in. Dave sliep nog en ik schudde hem wakker. “Dave, Dave!” Langzaam werd hij wakker en hij keek me met half-open ogen aan. “Volgens mij ben ik zwanger!” zei ik. Ik hield de test voor zijn neus. Dave pakte de test aan, knipte het licht aan en keek ernaar. “Incinta? Wat betekent dat?” vroeg hij. Nog een keer pakten we Google Translate erbij. En toen waren we er alletwee zeker van: ik was zwanger. Zwanger! Na twee jaar proberen was dit het bewijs dat het toch mogelijk was. We konden kinderen krijgen! We kregen nú een kindje! Een mix van blijdschap en ongeloof maakte zich meester van ons. We hebben nog uren in het appartement gezeten, naast elkaar op de bank, terwijl we dit nieuws op ons lieten inwerken. Ik was zó blij, zó gelukkig. We maakten nog een vrolijke selfie met de positieve test. Incinta. Wat een mooi woord.

Later die dag bezochten we het oude Griekse theater van Taormina, de eerste van vele avonturen met ons nieuwe kindje. Dave nam meteen zijn papa-rol aan. “Laat mij maar met die rugzak lopen!” zei hij toen we daar aankwamen. Het was weer heet die dag, en ik had regelmatige rustpauzes nodig. Maar het was niet erg, want nu wisten we waardoor het kwam. Mijn lichaam was een heel nieuw mensje aan het maken, en dat kost energie.

De dag erna bezochten we de Etna. Ik vond het een beetje eng, zo’n hele tour terwijl ik last had van zwangerschapskwaaltjes. Ik was bang dat ik de groep niet zou kunnen bijhouden. Maar dat viel gelukkig alleszins mee, en er was ook een koppel met een klein kindje bij die ook niet zo snel konden gaan. Het was zo’n bijzondere ervaring. De Etna is prachtig, en hier stonden we dan, met z’n drieën! “De kleine spruit maakt al vanalles mee in zijn vroege leven,” zei Dave met een verliefde blik. Onze kleine avonturier. We droomden over later, dat we tegen ons kindje konden zeggen dat hij/zij al op de Etna stond toen hij nog geen vier weken oud was.

We hebben zoveel mooie avonturen beleefd die vakantie. Grotkerken van meer dan 1000 jaar oud, een lange autorit door de bossen van Puglia met een steeds leger wordende tank, een windsurfles in Vieste. Overal namen we onze kleine spruit mee naartoe en we deden het met liefde. Het voelde fijn om met z’n drieën te zijn in plaats van met twee. Het voelde natuurlijk.

En ik googlede erop los die vakantie, wilde alles weten van de zwangerschap. “Hier staat dat de vader veel tegen de buik moet praten,” zei ik tegen Dave, “zodat het kindje alvast kan wennen aan de stem van papa.” Dave begon te lachen. “Ik denk niet dat hij ooit moeite gaat hebben om mijn stem te herkennen, eerlijk gezegd!”
We waren ook zo verliefd die vakantie, nu kwam er een nieuwe fase aan. Een fase waar we zo lang op hadden gewacht. Samen een gezinnetje bouwen. We waren helemaal klaar voor de traphekjes, de gezinsauto en plakvingers op deuren en ramen.

Maar uiteindelijk mocht het niet doorgroeien. De verloskundige zag het meteen op de acht-weken echo. Het kindje was veel te klein, was al een tijdje gestopt met groeien. Ik zag Dave verstarren terwijl ik zelf nog op de behandeltafel lag. Weer ongeloof, en ‘s nachts in bed kwam het verdriet. Ons kindje, ons Etna-kindje. Het kindje dat we met zoveel liefde hadden meegenomen. Moesten we daar nu al afscheid van nemen?

De afgelopen dagen heb ik me de ogen uit het hoofd gehuild. Het verdriet wordt er niet minder op, maar ik ben ook zó ontzettend dankbaar voor de afgelopen weken. Voor de ervaringen die we met onze kleine spruit hebben meegemaakt. De hoeveelheid liefde die we voelden voor ons kindje was onvoorstelbaar. En we hadden zó graag nog wat langer gehad. Ik had zo graag willen weten hoe hij/zij eruit zou zien. Zou hij op Dave lijken? Ik heb altijd gehoopt dat ons kindje Daves sproetjes zouden hebben, zijn grote ogen of zijn uitbundige lach. En ach, of het nu Daves bravoure had meegekregen of mijn voorzichtigheid, we hadden ervan gehouden met heel ons hart.

Dag, lief Etna-kindje. Ik ben zo dankbaar voor onze tijd samen, en ooit zien we elkaar weer. Weet dat we héél veel van jou houden, dat gaat nooit meer weg. Je hebt van ons een papa en mama gemaakt, en daar zijn we je eeuwig dankbaar voor. Heel veel liefs, mama.