Browsing Tag

paard

Persoonlijk

Kinderdroom

Even een verhaaltje over vroeger.

Als kind zijnde was ik al introvert, een echte dromer. Ik hield van lezen en begon in groep 4 met het schrijven van verhaaltjes. Ik dagdroomde het liefst over een ‘andere wereld’.

In mijn perfecte wereld werkte de mens innig samen met de natuur. Er waren geen grote, drukke steden, maar juist veel kleine dorpjes. En er waren sowieso geen geasfalteerde wegen. Ik weet niet waarom, maar dat was een heel belangrijk element in mijn fantasieën: geen kaarsrecht asfalt, geen auto’s. Wél mooie kronkelweggetjes, met gras, bloemen, struiken en bomen aan de kant. Sowieso veel bomen. En reizen deed je te paard! Ik droomde ervan dat je te paard naar school kon. Dat er op de plek waar nu fietsenhokken stonden, enorme stallen waren waar je je paard kon achterlaten.

Ik kon me die wereld met al mijn zintuigen voorstellen. Ik voelde de ochtenddauw op mijn huid, hoorde het geluid van bijen en vogels, snoof de frisse lucht op. Als ik op mijn kamer zat en die wereld tevoorschijn toverde, kwam ik tot rust. Dit was een wereld die ik wilde.

Kinderdromen, zo heb ik die wereld de afgelopen jaren afgedaan. Het begon ergens in mijn puberteit denk ik, en tijdens mijn studententijd heb ik de laatste restjes fantasie de deur uit gedaan. Kinderdromen. Niet realistisch, niet serieus te nemen. Ik sprak mezelf regelmatig streng toe. Een wereld zonder asfalt en auto’s? Doe normaal zeg, dat werkt toch niet?
Na mijn studie ging ik aan de slag als consultant en deed ik er alles aan om ‘erbij te horen’. Ik veranderde mezelf zodat ik zou passen bij de massa. De juiste baan (plus lease-auto), de juiste kleding, elke dag make-up op, de juiste carrière-ambities. En beetje bij beetje raakte ik mezelf kwijt. Het deed oprecht pijn, mezelf in een mal proppen die niet voor mij bedoeld was.

Ik weet niet wat er in me is veranderd, maar ineens was ik er klaar mee. Ik voelde dat ik mezelf geweld aan deed. Ik bezocht mijn oude kinderdromen en merkte dat ik nog steeds diezelfde verlangens had. Verlangens naar een wereld die niet zo hard en zakelijk is, waar efficiëntie niet op een voetstuk staat. Een wereld die zachter is, liever, trager, warmer.

Ik weet nog niet hoe, maar ik wil mijn best doen om mijn dromen na te jagen. In ieder een geval een trager, simpeler leven na te streven. Zo ben ik voorzichtig begonnen met moestuinieren. Ik heb ook mooie plannen om van onze tuin een bijen- en vlinderoord te maken. En eigenlijk doet alleen al het afgooien van maatschappelijke verwachtingen me zoveel goeds. Ik hoef mezelf niet meer in een mal te proppen en die gedachte geeft me zoveel rust. Het hoeft niet meer, het is goed zo. Mijn energie begint langzaam weer te stromen.